Home
 De organisatie
 Natuur & Milieu
 Publicaties
 Links
 Contact
 
DE ORGANISATIE: huidige situatie
Stand van de kokkelvisserij nu

Sinds het midden van de jaren zestig wordt er in ons land mechanisch op kokkels gevist. In 1974 is de kokkelvisserij aan een vergunningenstelsel gebonden. Er zijn 37 vergunningen afgegeven voor de visserij in de

Oosterschelde en Waddenzee.
Aan belangstelling voor de activiteiten die in deze gebieden plaatsvinden is de laatste jaren geen gebrek. Milieu-organisaties wijzen ons op het belang van de natuurlijke waarde van de Nederlandse kustwateren.

Is visserij werkelijk een bedreiging?

De verschillende maatschappelijke inzichten en de telkens scherper wordende eisen vanuit het natuurbeheer hebben ertoe geleid dat vissers verantwoord omspringen met de gebieden waarin zij hun brood moeten verdienen.

Om de natuurwaarden in de Waddenzee en Oosterschelde de kans te geven zich te ontwikkelen, is de kokkelvisserij gebonden aan regels die staan vermeld in de Structuurnota Zee- en kustvisserij van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Daarnaast hebben de vissers zich vrijwillig gebonden aan een zogenaamd beheersplan. In dat beheersplan staan afspraken over o.a. de bescherming van het in beperkte mate aanwezige zeegras, de bescherming van mosselbanken, capaciteitsbeperking van de visserij, vistijden en controle.

Jaarlijks wordt een visplan opgesteld dat aan de vergunningverlener ter goedkeuring wordt voorgelegd. Een black-box controleert van minuut tot minuut de beweging van de aan de visserij deelnemende schepen.

In 2004 heeft het kabinet om politieke redenen de mechanische kokkelvisserij in de Waddenzee verboden. In de Oosterschelde is de voedselreserveringsregeling dusdanig hoog dat er meer moet worden gereserveerd dan er in 9 van de 10 jaren ligt.

In de Westerschelde is in 2005 nog gevist. Een verzoek van de Stichting de Faunabescherming om in een voorlopige voorziening de vergunning te schorsen is door de voorzieningenrechter van de rechtbank te Amsterdam afgewezen. Volgens de rechter is er geen reden te twijfelen aan de juistheid van de uitgevoerde Habitatrichtlijn-conforme toets.