NIEUWS
Hieronder treft u de meest recente
nieuwsberichten aan. Deze worden zeer regelmatig aangevuld.
Oude berichten staan in het nieuwsarchief.
|
De
waarheid heeft twee versies
-
maart 2008 -
In
2006 mocht er –voor het eerst sinds 2001- in de Oosterschelde een
kleine hoeveelheid kokkels opgevist worden. De rest van de kokkels
is bedoeld voor de vogels. Die hoeveelheid die moet blijven liggen
is overigens tweeënhalf keer meer dan dat de vogels aan kokkels
kunnen eten!
In
2006 is aan het onderzoeksinstituut NIOO-CEME te Yerseke opdracht
verleend om de effecten van kokkelbevissing te meten, zowel na zes
weken als na een jaar. Dit om een einde te maken aan de voortdurende
discussie van welles versus nietes over de vermeende schadelijke
‘bodemberoering' van het vissen.
De
resultaten waren overtuigend: geen schade. De publicatie van deze
onderzoeksresultaten was echter aan dovemansoren gericht. Wetenschappelijk
onderzoek doet blijkbaar onder voor stellingen van individuele organisaties.
Geen goede basis voor een democratie in het algemeen. En ook de
media, voorheen zo fel in het vertalen van onderzoeksresultaten
naar vanzelfsprekende maatregelen voor de visserij, bleven angstvallend
stil.
De
Waddenvereniging wenst zich niet bij de uitkomst van het onderzoek
van het NIOO neer te leggen, blijkt uit hun nieuwsbrief van 22 februari
jl. Ondanks
het feit dat er geen significante effecten van kokkelvisserij zijn
gevonden, schrijft de Waddenvereniging: " Het onderzoek
kan weliswaar geen significante verschillen aantonen, maar dat wil
niet zeggen dat de effecten niet significant zijn.
Dit is een wezenlijk verschil, vooral als het gaat om effecten op
lange termijn (meerjarig)."
De
Waddenvereniging, als natuurbeschermingsorganisatie en stakeholder,
zou toch beter moeten weten. Onderzoek is de basis van elk beleid.
Als emoties feiten overschreeuwen is de ratio weg. Het rapport geeft
tenslotte aan dat de bestudeerde effecten niet significant
zijn en de kokkelvisserij dus op een natuurlijke en verantwoorde
wijze kan functioneren in de Zeeuwse wateren!
Opvallend
is dat de Waddenvereniging, in tegenstelling tot eerdere interne
opvattingen, het EVA II onderzoek nu wel als terdege bestempelt.
Staat dit symbool voor de kwaliteit van deze natuurbeschermingsorganisatie?
De
kokkelsector heeft aangetoond dat door volgens het visplan te vissen,
gebaseerd op kennis en ervaring, de visserij op een duurzame wijze
kan worden uitgevoerd. Het wordt tijd dat de Waddenvereniging dat
ook in gaat zien, al is het op basis van terdege onderzoek.
Jaap
Holstein
Eindrapport
effecten Kokkelvisserij
-
februari 2008 -
Onderstaand
treft u het definitieve eindrapport aan betreffende
de effecten van Kokkelvisserij op de Slikken van de Dortsman (Oosterschelde).
 |
NIOO
Rapport:
|
| NIOO
Rapport: Effecten van kokkelvisserij op de natuurwaarden van
slikken (Dortsman) in de Oosterschelde |
Check de feiten!
Check
de feiten! Dat was de kreet die tijdens de afgelopen verkiezingscampagne
regelmatig door de strijdende politieke leiders werd geroepen als
de fantasie het fundament werd in het debat. U ziet wellicht nog
de verhitte gezichten voor u in de verschillende debatten. Het is
een retoriek die past in een dergelijke fase van ons politiek bestel.
Maar nu we weten waar we aan toe zijn de komende vier jaar, hebben
we dan nog behoefte aan deze emotionele uitlatingen?
Ik moest hier aan denken toen ik met verbazing het Natuurdagboek
las van Henk van Halm in de Trouw van 10 februari jl. met als titel
Het aantal eidereenden in de Waddenzee. We hebben alle discussie
met feiten, emoties en statements gehad; er is een besluit genomen
waar we als Nederlandse kokkelvisserij niet blij mee zijn, maar
we accepteren het. En dan beginnen we de discussie in de media opnieuw.
In
het bewuste artikel wordt gesuggereerd dat het aantal eidereenden
terugloopt omdat de mosselbanken uit de Waddenzee zijn verdwenen,
de kokkels alleen nog te vinden zijn in de voor visserij gesloten
gebieden die overigens ook nog eens illegaal door de kokkelvissers
werden bevist. De eidereenden moeten daarom nu strandkrabben eten
die veel parasieten bevatten en daardoor de weerstand ondermijnen.
Als toetje wordt vervolgens gesteld dat het herstel van de bodem
na jaren nog niet heeft plaatsgevonden, waardoor ook het broedsucces
van de scholekster sterk terugloopt.
Is
dit een dagboek of een staaltje emotioneel doemdenken? Is dit objectieve
journalistiek? Is dit doordacht of goedkoop schoppen tegen een sector
die niet meer actief is in het Waddengebied? De discussie is gevoerd,
maar de beeldvorming wordt nog immer selectief gevoed. Check de
feiten!
Wat
is er aan de hand? De mosselbanken in de Waddenzee zijn in 1990
en 1991 door een storm met orkaankracht grotendeels verdwenen. Op
de resterende banken mocht legaal worden gevist. Daarna is het beleid
gewijzigd en heeft - ondanks de strenge winters van 1995 en 1996
en de najaarsstormen en dankzij de terughoudende bevissing door
mosselkwekers - het areaal aan mosselbanken zich fors hersteld.
Door de gehanteerde voedselreserveringsregeling is nooit meer dan
ca. 10% van het totale kokkelbestand aan grote kokkels opgevist.
De visserij heeft daardoor sinds 1992 geen negatieve invloed kunnen
hebben op het voedselaanbod van vogels. Het kokkelbestand in 2006
was overigens even hoog als in 1999, toen er nog volop op kokkels
werd gevist. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat de aanwas
van jonge kokkels in beviste gebieden zelfs beter was dan in de
voor visserij gesloten gebieden. Het niet meer mogen vissen zou
daarom op termijn nog wel eens tot een lagere kokkelstand kunnen
leiden.
Tot
slot nog de opmerking dat de kokkelvisserij illegaal gevist zou
hebben. Absolute onzin. Elk kokkelvaartuig heeft een black box,
waaruit exact blijkt waar en waneer en hoe lang er gevist is. Er
is niet in gesloten gebieden gevist, ook niet op de Texelse Schorren
zoals wordt gesuggereerd door de journalist. Wellicht was het goed
geweest als de heer Van Halm de moeite had genomen zijn verhaal
te checken in plaats van een vooringenomen stelling in te nemen
die geen recht doet aan goed journalistiek werk. Maar wellicht was
dit ook niet zijn opzet maar ging het meer om het ventileren van
zijn eigen niet onderbouwde mening. Maar dan was het wel chique
geweest dit specifiek te vermelden.
Tot slot wil ik het volgende opmerken. De Waddenzee is een dynamisch
natuurgebied dat onder invloed staat van een heleboel natuurlijke
en niet natuurlijke factoren. Een flinke storm, een strenge of juiste
te warme winter hebben direct een impact op het aantal schelpdieren
in de Waddenzee. Maar ook menselijke ingrepen zoals een afnemende
eutrofiëring (minder fosfaat in het water) hebben invloed.
Het gaat dus altijd om een combinatie van factoren. De simpliciteit
van de natuur die vaak door journalisten wordt verondersteld, doet
dus geen recht aan de realiteit.
De Vogelbescherming lijkt een eerste stap te zetten richting die
realiteit. In het blad Vogelnieuws werd recent voorzichtig opgemerkt
dat de achteruitgang van de kanoetstrandloper, tot nu toe consequent
toegeschreven aan de kokkelvisserij, ook wel eens te maken zou kunnen
hebben met de overlevingskans in de broedgebieden. Check de feiten
zou ik zeggen.
Jaap Holstein
Black
box controle 2006
In
opdracht van de Coöperatieve Producentenorganisatie van de
Nederlandse kokkelvisserij u.a. heeft DCI Electronics vof het vissen
op kokkels in de periode van 5 september t/m 14 november 2006 in
Zeeland door de HA73, TX53, YE42, YE78, YE98 en YE172 geanalyseerd.
De black box data, geprojecteerd op een hydrografische kaart, zijn
door twee visserijkundig ambtenaren gecontroleerd. Er zijn geen
overtredingen van de vergunningvoorwaarden of de voorwaarden uit
het visplan geconstateerd.
De
berekening van het werkelijk bevist oppervlak heeft onderstaand
resultaat opgeleverd.
Gebieden van 0,1 minuut latitude x 0,1 minuut longitude (185 x 111
m) waarbij het werkelijk beviste oppervlak (dit is het oppervlak
aan sporen) minder dan 2% bedroeg zijn niet in de eindresultaten
verwerkt.
werkelijk bevist
| Categorie |
Oosterschelde
km² |
Voordelta
km² |
2-10
% |
0,16 |
0,14 |
10-20
% |
0,30 |
0,10 |
20-30% |
0,35 |
0,10 |
30-40% |
0,39 |
0,12 |
40-50% |
0,43 |
0,13 |
50-60% |
0,63 |
0,20 |
60-70% |
0,64 |
0,25 |
70-80% |
0,69 |
0,22 |
80-90% |
0,76 |
0,32 |
90-100% |
0,19 |
0,33 |
| |
|
|
>2% |
4,54 |
1,91 |
Het
werkelijk bevist oppervlak beslaat 0,207% van de Voordelta en 1,837%
van de Oosterschelde. Van de beviste kwadranten van 0,1 x 0,1 minuut
is gemiddeld ca. 56% daadwerkelijk (sporen) door het vistuig geraakt.
In
onderstaande overzichtskaart is aangegeven waar is gevist en hoe
intensief. Omdat een vakje van 0,1 x 0,1 minuut (2,05 ha) te klein
is om te printen, is gekozen voor vakjes van 0,1 x 0,5 minuut (10,27
ha). De sterretjes op de kaart beslaan echter nog steeds een groter
oppervlak dan 10 ha., waardoor het bevist oppervlak groter lijkt
dan het in werkelijkheid is. Met name in de groen gekleurde gebieden
is nauwelijks gevist.

Figuur:
beviste gebieden in Voordelta en Oosterschelde. De kleur geeft aan
hoe intensief er in een vakje van 0,1 x 0,5 minuut is gevist. Kaartbeeld
in ED 1950.
Scholeksters
en kokkelvisserij
De dalende trend in het aantal scholeksters in de Oosterschelde
wordt door o.a. de Faunabescherming toegeschreven aan de kokkelvisserij.
Daarbij wordt als argument gebruikt dat in de Noordelijke tak van
de Oosterschelde, dat gesloten is voor kokkelvisserij, zich geen
neergang heeft voorgedaan in het aantal scholeksters.
In
onderstaande grafiek 1 is voor de berekening van het theoretisch
aantal scholeksters uitgegaan van het door IMARES (destijds Rivo)
berekende kokkelbestand in de Oosterschelde. Daarvan is afgetrokken
de hoeveelheid kokkels die is opgevist volgens de gegevens van de
PO. Deze hoeveelheid is gedeeld door de norm uit de voedselreservering,
te weten 150 kg + 10% (=165 kg) om het theoretische aantal scholeksters
te berekenen.
Uit
de grafiek blijkt duidelijk dat het werkelijk aantal scholeksters
aanzienlijk hoger is dan het aantal dat op grond van het EVA II
onderzoek, dat aan het beleid ten grondslag ligt, had mogen worden
verwacht. De daling is niet het gevolg van kokkelvisserij, die heeft
de laatste jaren nauwelijks plaats gevonden, maar van o.a. de Deltawerken.
(afname platen).

Grafiek
1: aantalsverloop scholeksters, werkelijk en mogelijk volgens het
reserveringsmodel.
Vergelijking
van het aantal daadwerkelijke aantal scholeksters uit grafiek 1
met de gehanteerde voedselreservering uit grafiek 2 laat zien dat
de verhoging van de voedselreservering niet heeft geleid tot een
verbetering van het scholeksterbestand, eerder het tegendeel.
Visserij
op kokkels heeft in de periode 1996-2006 alleen in de jaren 1996,
2001 en 2006 plaatsgevonden. Jaren waarin sprake was van een groot
bestand aan kokkels.
De neergaande lijn in het aantal scholeksters kan alleen al daarom
geen effect zijn van de visserij op kokkels.
Grafiek 2: door de hoge voedselreserveringsdrempel
kan slechts eens in de 5-10 jaar op kokkels worden gevist.
Uit
het EVA II onderzoek is ook gebleken dat het kokkelbestand in de
voor de kokkelvisserij gesloten gebieden meer is achteruitgegaan
dan in de open gebieden. Bovendien is de broedval van kokkels in
de open gebieden beter dan in de gesloten gebieden.
De logische conclusie uit dit onderzoek, namelijk dat een beheerste
visserij gunstig is voor het scholeksterbestand, wordt echter (om
politieke redenen) niet getrokken.
In
onderstaande grafieken 3 en 4 is de procentuele en absolute verdeling
van het kokkelbestand in de Oosterschelde over de gesloten gebieden,
mosselpercelen en open gebieden vanaf 1996 weergegeven.
Het gesloten gebied wordt
vrijwel geheel gevormd door de Noordelijke tak.
Dat in de Noordelijke tak het aandeel van het scholeksterbestand
is toegenomen van 12-15% naar 30% van de aantallen scholeksters
in de Oosterschelde, is geheel in overeenstemming met het relatieve
aanbod aan kokkels en kan derhalve geen effect van de visserij op
kokkels zijn, zoals door o.a. Faunabescherming wordt gesuggereerd.
Visserij
op de kokkels in 2006
visserij op kokkels in 2006.
Inventarisatie
Voor
de Oosterschelde werd door IMARES Yerseke een kokkelbestand in het
najaar van 2006 berekend van 7,43 mln. kg (visvlees) in dichtheden
> 50/m². Daarvan lag 3,79 mln. kg in voor de kokkelvisserij
gesloten gebieden en op mosselpercelen.
Het kokkelbestand in de Westerschelde was 0,243 mln. kg (visvlees)
in dichtheden > 50/m2., waarvan 0,004 mln. kg in gesloten gebieden.
In de Voordelta werd het totale bestand aan kokkels berekend op
0,31 mln. kg (visvlees), waarvan 0,22 mln. kg in het accent natuur
gebied.
Op
basis van deze inventarisatie is besloten vergunningen te vragen
voor het vissen van kokkels op de Oosterschelde en in de Voordelta.
De hoeveelheid kokkels in de Westerschelde was erg laag en is conform
hetgeen in het eigen beheerplan is vermeld, niet bevist.

Grafiek
1: door de hoge voedselreserveringsdrempel kan slechts eens in de
5-10 jaar op kokkels worden gevist.
Visplan
Opnieuw
is besloten om met een beperkt aantal schepen collectief te vissen.
Na inventarisatie is gekozen voor een start met 6 schepen, waarvan
2 in de Voordelta. Omdat de vergunning voor het vissen in de Voordelta
niet gelijktijdig met die voor de Oosterschelde werd afgegeven en
omdat de vergunning erg laat werd verleend, is ervoor gekozen om
met 6 schepen in de Oosterschelde te starten. Elk schip heeft gevist
met 2 x 1 meter korbreedte. Voorafgaand aan het seizoen zijn de
schippers geïnformeerd over achtergrond van de bijzondere voorwaarden
in het visplan en de vergunning, zoals de afstand tot de plaatranden,
het vissen evenwijdig aan de plaatrand en het met zo laag mogelijke
snelheid en zo ondiep mogelijk mes vissen.
Vergunningen
Op
basis van de door de PO ingediende passende beoordelingen is op
4 september 2006 de vergunning op grond van de NB wet voor het vissen
op de Oosterschelde verleend en op 19 september die voor de Voordelta.
De vergunningen gaven toestemming om 2.102 t kokkelvlees in de Oosterschelde
en 88 t kokkelvlees in de Voordelta op te mogen vissen.
Procedures
Zoals
gebruikelijk maakt de Faunabescherming bezwaar en vraagt deze Stichting
ook om schorsing van de vergunning. Het zeer spoedeisende karakter
zit volgens de Faunabescherming in het feit dat de vloot in staat
is het toegestane quotum binnen enkele dagen op te vissen. Iets
wat volstrekt onmogelijk is en ook niet past in het visplan dat
onderdeel van de vergunning uitmaakt.
De
zitting vindt plaats op 8 september. Op 11 september wijst de Voorzitter
van de Afdeling bestuursrechtspraak het verzoek af. De Voorzitter
ziet in hetgeen Faunabescherming heeft aangevoerd geen grond voor
het oordeel dat de minister van LNV zich, op basis van de uitgevoerde
passende beoordeling en de nader overgelegde objectieve gegevens,
ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat er wetenschappelijk
gezien redelijkerwijs geen twijfel bestaat dat de verleende vergunning
geen schadelijke gevolgen heeft voor de natuurlijke kenmerken van
de Oosterschelde in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen
van het gebied.
Verloop
seizoen
Oosterschelde
Voor
de Oosterschelde is vergunning verleend van 5 september tot 1 december.
De vangst werd beperkt tot 2.101 ton visvlees.
De visserij is gestart op 5 september met 6 vaartuigen (TX 53, HA
73, YE 42, YE 78, YE 98 en YE 172). Na 2 weken zijn 2 schepen naar
de Voordelta vertrokken.
Toen in de Voordelta de visserij vrijwel was afgelopen is de YE
42 terug gegaan naar de Oosterschelde.
Van 6 t/m 14 november hebben alleen de HA 73 en TX 53 nog gevist.
De locaties die in de visserij zijn gekomen, zijn voor ongeveer
70% bevist.
Het
visgewicht en daarmee het stukstal van de kokkels viel tegen. Ook
bij de mossels in de Oosterschelde werd een laag vleesgewicht geconstateerd.
Hoewel er een relatief grote hoeveelheid kokkels mocht worden opgevist,
werd besloten dit quotum niet op te vissen en de visserij voortijdig
te beëindigen. Een deel van de meerjarige kokkels was klein
gebleven, met name als gevolg van de hoge dichtheid en er was een
nieuwe broedval geconstateerd. Door het quotum niet op te vissen
en het broed ongestoord te laten groeien, wordt verwacht dat ook
volgend jaar weer kan worden gevist.
In
totaal is 806 ton (850 op basis van 15% vlees) gevist. De belangrijkste
visplaatsen waren de Slikken van de Dortsman, de Vondelingenplaat
en de Roggenplaat.
Voordelta
Op
19 september werd de vergunning voor de kokkelvisserij in de Voordelta
(Zeegat van Goeree) afgegeven en zijn de YE 42 en YE 172 naar de
Voordelta vertrokken.
Er mocht 88 ton worden opgevist. De vangsten vielen tegen, er is
75 ton gevist (60 ton op basis van 15% vis). Het stukstal was echter
goed.
Het spuien van zoet water door de Haringvlietsluizen heeft veel
kokkels doen afsterven. De nog levende kokkels bevonden zich overwegend
in het diepste deel van de vaargeul en konden alleen bij laag water
worden gevist. Aanvankelijk leek de te vissen hoeveelheid mee te
vallen, snel bleek echter dat er slechts een smalle strook kokkels
in leven was gebleven.
Wegens afnemende vangsten
is op 24 oktober de YE 42 terug gegaan naar de Oosterschelde. De
YE 172 heeft die week nog uitgevist. In de week van 30 oktober kon
wegens storm niet gevist worden. Daarna is ook de YE 172 vertrokken.
Er is gevist in het Brouwershavense Gat / Zeegat van Goeree nabij
Stellendam.
7 november 2006
De leugen regeert
U kent misschien wel het programma De Leugen Regeert . In dit
wekelijkse programma van de VARA kijken journalisten en personen,
die volop in de media staan, kritisch naar de berichtgeving. Hierbij
is vaak een wijzende vinger gericht op de media. Maar hoe zit
het met de afzender van het nieuws? In hoeverre is het geven van
halve informatie op een al gesloten dossier binnen de Nederlandse
politiek fair en juist? In hoeverre is het dan niet een kwestie
van de leugen regeert bij de boodschapper?
De Waddenvereniging heeft de afgelopen weken een publicitaire
lijn gekozen die veel weg heeft van “als je hard roept,
heb je altijd gelijk” . In de media doken berichten op met
als titel Spectaculair herstel kokkels in de Waddenzee . Centrale
boodschap: er zijn nooit zoveel kokkels geweest in de Waddenzee
als nu. Hierbij wordt een 1 op 1 relatie gesuggereerd met het
stopzetten van de mechanische kokkelvisserij in dit gebied. Waarom
regeert hier de leugen? Omdat er met makkelijke feiten worden
gegooid zonder dat het complete verhaal wordt verteld? Juist biologen
moeten weten dat de natuur een zeer lange termijn cyclus kent
die niet zo eenvoudig is weer te geven in eenmalige jaarlijkse
cijfers. Dat is eerder spelen met feitjes dan serieus een bijzonder
natuurgebied als de Wadden op zijn ware waarde te schatten en
zijn natuurlijke cycli te beschouwen.
Op dit moment is inderdaad gelukkig sprake van een grote hoeveelheid
kokkels in de Waddenzee. Maar verbazingwekkend is dat zeker niet!
Ook niet voor een kokkelvisser! Als je de kokkelbestanden op lange
termijn beschouwd is er een bepaald patroon te zien. Dalingen
in bestanden zoals in 1991 en 1996, zijn te verklaren door heftige
stormen en strenge winters. De groei van de kokkelbestanden bijvoorbeeld
in 1998 en 2004 waren het gevolg van een goede broedval na een
koude winter twee jaar eerder. Dit zijn niet alleen de constateringen
van de kokkelvisser die elke dag op het wad komt sinds hij met
zijn vader mee ging, maar ook van wetenschappers die deze cycli
nauwkeurig hebben bestudeerd.
En laten we vooral ook niet vergeten dat de mechanische kokkelvisserij
niet meer dan 10% van het totale bestand opviste.
Door de Waddenvereniging wordt in de berichtgeving een duidelijke
link gemaakt tussen de Waddenzee met de gebieden waar nu wel gevist
wordt. Opmerkelijk is dat een dergelijke groei van de kokkelbestanden
zich niet voordoet in de Westerschelde. Daar is het mechanisch
vissen op kokkels nog toegestaan. Maar ook hier moeten de biologen
van de Waddenverenging beter hun huiswerk doen. Een vergelijking
van het bestand in de Waddenzee met die in de Westerschelde gaat
sinds de verdiepingswerkzaamheden (menselijk ingrijpen) in 1999
van start gingen niet meer op. Het stroompatroon op de platen,
waar het kokkelbroed valt, is dusdanig veranderd dat de kokkels
zich er slecht kunnen handhaven
Hoe zit het dan met de vogels als de scholekster? De Waddenvereniging
is er zeker van: Deskundigen verwachten dat na de sterke achteruitgang
van de afgelopen jaren hun aantallen in de Waddenzee weer langzaam
zullen toenemen. Er is echter nooit een negatief verband tussen
bevissing en kokkelbroedval geconstateerd. Uit het uitgebreide
EVA II onderzoek kwam naar voren dat de broedval in de voor visserij
gesloten gebieden juist terug liep t.o.v. de open gebieden. Ook
de achteruitgang van de scholeksters was in de voor visserij gesloten
gebieden groter dan in de open gebieden. Cijfers tonen aan dat
dit jaar dat het aandeel 1-jarige kokkels is gedaald in de voorheen
voor de visserij open gebieden. Dat is ernstige constatering voor
de vogels die de grote kokkels niet eten en vooral een voorkeur
hebben voor de jongere kokkels.
Kiezen voor een vak, is kiezen met je hoofd, hart en handen. Dat
is de wijze waarop vele kokkelvissers ooit hun vak hebben gekozen.
Kunt u het hun kwalijk nemen dat het hart gebroken is, de handen
in het haar zitten en het hoofd weinig vertrouwen heeft in organisaties
als de Waddenvereniging die op basis van zogenaamde kennis beleid
beïnvloeden. De leugen lijkt voor hen echt te regeren.
Jaap Holstein
7 februari 2006
Wetenschap
In Elsevier
van 28 januari '06 schrijft Syp Wynia in zijn column ‘Wetenschap
op bestelling' over zijn twijfels over de echte wetenschappelijke
onafhankelijkheid van overheidsadviseurs: “In de wereld van het
beleidsonderzoek is het een publiek geheim dat onderzoekers hun
wetenschappelijke oor naar het opdrachtgevende ministerie laten
hangen”.
Bij het
lezen hiervan moest ik denken aan het Koninklijke NIOZ dat zich
jarenlang als actievoerder tegen de kokkelvisserij heeft opgesteld,
aanvankelijk vooral via de eigen actiegroep ‘Wilde kokkels', maar
later ook openlijk o.a. door deelname aan de procedures bij de
Raad van State en discussies in de pers.
Nog onlangs
nam de woordvoerder van de SP in de Tweede Kamer, mevrouw Van
Velzen, de zogenaamde wetenschappelijke gegevens van het NIOZ
klakkeloos over in haar streven om de kokkelvissers vooral geen
nadeelcompensatie te gunnen. Zo stelde zij in het algemeen overleg
van de vaste commissie LNV met minister Veerman op 14 december
2005:
“ Het
was voor de sector meer dan ooit duidelijk dat de kokkelvisserij
op de Waddenzee weinig toekomstperspectief bood” en
“ De
Commissie Schadebepaling Kokkelvisserij komt tot de conclusie
dat de kokkelbestanden sinds 1998 met 16% zijn afgenomen. De berekeningen
van het Nioz laten echter een daling van 68% zien. Die cijfers
worden ook in andere wetenschappelijke rapporten genoemd, maar
de commissie heeft die niet meegenomen. Hoe heeft dit kunnen gebeuren?”
»
Lees verder
»
26 september 2005: Daadkracht en verantwoordelijkheid
NIEUWSARCHIEF:
Oudere berichten kunt u lezen in het
NIEUWSARCHIEF. |
|