Home
 De organisatie
 Natuur & Milieu
 Publicaties
 Links
 Contact

 

 
GRAFIEK

Effect kokkelvisserij op voedselaanbod voor Kanoetstrandlopers

Door sommige onderzoekers wordt als bezwaar tegen de kokkelvisserij aangevoerd dat het voedselaanbod voor Kanoetstrandlopers wordt beïnvloed, waardoor er te weinig voedsel is voor deze soort.

Kanoetstrandlopers eten met name nonnetjes (Macoma balthica) en verder o.a. kokkels (Cerastoderma edule) die tussen 5 en 12 mm groot zijn.
De visserij gebruikt tijdens het vissen korren en spoelmolens met een spijlbreedte van 15 mm. Het voedsel van de Kanoetstrandloper wordt dan ook niet mee opgevist.

Tijdens de inventarisatie van het kokkelbestand wordt door de onderzoekers van het Rivo-cso ook het bestand aan nonnetjes in het litoraal (de platen) meegenomen.

Onderstaande grafieken geven het verloop van het bestand aan nonnetjes en die aan 0+1 jarige kokkels. Het bestand aan nonnetjes blijkt slechts in geringe mate te schommelen, dat van kokkels wel. De broedval van kokkels is dan ook veel onregelmatiger.
Dat visserij een effect zou hebben op de ontwikkeling van het bestand aan nonnetjes is niet juist.
Voor de Kanoetstrandlopers is er echter volop voedsel aanwezig in de Waddenzee.

Uit bovenstaande grafiek blijkt dat het bestand aan nonnetjes tamelijk constant is.

Het bestand aan kokkels is veel minder constant. Na een strenge winter vindt er doorgaans een grote broedval van kokkels plaats, dit was in 1996 en 1997 het geval. De broedval van 1996 is echter in de strenge winter 1996/97 grotendeels doodgevroren. Een minimaal bestand aan ouderdieren heeft voor een enorme broedval in 1997 gezorgd, die in deze grafiek als 1-jarige kokkels zijn meegeteld.

< Terug