17 november 2005
Het verzaaien van Kokkels in de
Westerschelde
in 2005
De
PO heeft voor de periode van 27 september 2005 t/m 27 november
2005 ontheffing verkregen om een verzaaiproef in de Westerschelde
uit te voeren.
De
proef houdt in dat meerjarige kokkelbanken in de Westerschelde
met hoge dichtheden aan kokkels en slechte groei worden uitgedund.
De opgeviste kokkels worden verzaaid naar gebieden in de Westerschelde
die naar verwachting geschikter zijn voor de groei en overleving
van schelpdieren. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het RIVO-cso
en NIOO-CEME en is gericht op factoren die het rendement van het
verzaaien bepalen en de effecten op sediment en benthos. De proef
is erop gericht beter inzicht te verkrijgen in de effecten van
het uitdunnen en verzaaien van kokkels op de levensvatbaarheid
van kokkels en de omvang van het kokkelbestand.
De
minister heeft in de overwegingen bij de verlening van de ontheffing
als volgt geconcludeerd: “De mechanische kokkelvisserij als door
u beoogd heeft geen gevolgen voor het kokkelbestand op lange termijn
en geringe gevolgen voor het bestand op korte termijn. De omvang
van het kokkelbestand blijft in een gunstige staat. Gezien de
grote dynamiek van de Westerschelde en het feit dat slechts een
gering oppervlakte van de bodem wordt beroerd, zullen geen significante
effecten optreden op het habitattype estuaria. Tevens zullen vogels
(scholeksters en kanoetstrandlopers) en zeehonden geen significante
invloed ondervinden van de door u beoogde activiteit. De zekerheid
is aanwezig dat een gunstige staat van instandhouding van de SBZ
Westerschelde niet significant wordt aangetast door de verzaaiproef
als door u beoogd.”
Desondanks
is tegen deze proef bezwaar gemaakt door Vogelbescherming, Zeeuwse
Milieufederatie, Stichting het Zeeuwse Landschap, Natuurmonumenten
Zuid-Holland en Zeeland en Faunabescherming.
Zij
hebben aan de rechter gevraagd om een voorlopige voorziening te
treffen inhoudende dat de ontheffing wordt geschorst hangende
de behandeling van het bezwaar.
Op 21 oktober 2005
heeft de voorzieningenrechter dit verzoek afgewezen.(SBR 05/2910
VV).